Hoe groot is het heelal? Heeft het een grens?
Het heelal is groot, dat weet iedereen. Maar hoe groot is het precies?
Is het onbegrensd? Of is het eindig? Of is het beide? Vooraleer ik die
vragen zal proberen te beantwoorden, wil ik jullie eerst een indruk
geven over de immense grootte van het heelal.
Stel dat we op
reis vertrekken en gemiddeld 100 km per uur vliegen. Laten we starten
aan de grote markt van Leuven. Na 78 seconden bereiken we het kasteel
van Arenberg in Heverlee en na een kwartiertje komen we voorbij Tienen.
Een groot uur na onze start komen we aan in de hoge venen. Na 10 uur
vliegen, ligt Zagreb, de hoofdstad van Kroatië, pal onder ons. We
reizen verder en na een volledige dag hangen we boven Kreta. Om aan dit
tempo de Zuidpool te bereiken hebben we precies een week nodig.
Erg
praktisch om ruimtereizen te maken is dit niet, dus lenen we eens
tuigje van de ESA dat 50.000 km per uur haalt. Dat is nodig, want om
niet terug te vallen op aarde is er een ontsnappingssnelheid van
ongeveer 40.000 km per uur nodig. Ons nieuwe ruimtetuig blijkt een hele
verbetering, want om de Zuidpool te bereiken zouden we in plaats van
een week nog slechts 19 minuten nodig hebben. Vanaf nu stoppen we met
over het aardoppervlak te sjezen en vliegen we verticaal omhoog. Na 31
seconden vliegt het ISS aan ons raampje voorbij en na zo'n half uurtje
liggen zowat alle satellieten achter - of onder - ons. Na 6 tot 8 uur
vliegen - hangt af van welk tijdstip van het jaar we onze reis plannen
- bereiken we de maan. Als bij toeval Mars op zijn dichtste afstand tot
ons staat, dan zou het bijna 2 maanden duren vooraleer we bij onze
buurplaneet aankomen. Hebben we pech, dan zijn we 10 maanden onderweg.
Om Pluto te bereiken, hebben we 14 jaar nodig. Daar stopt onze reis
echter niet, we willen verder. Helaas zouden we met ons ruimteschip
ongeveer 93.000 jaar onderweg zijn om de dichtstbijzijnde ster te
bereiken.
Opnieuw hebben we dus nood aan een verbeterd
ruimtetuig. Gelukkig heeft de NASA nog een voertuig op overschot
waarmee we de lichtsnelheid kunnen halen. Niets kan sneller gaan dan
het licht, ongeveer 300.000 km per seconde of 1.08 miljard kilometer
per uur. Met ons verbeterde ruimtetuig doen we er geen 14 jaar meer
over om naar Pluto te reizen, maar slechts 5 uur en 28 minuten. De
dichtstbijzijnde ster bereiken we nu in 'amper' 4.3 jaar. Na 431 jaar
vliegen, bereiken we de poolster en om de andere kant van onze melkweg
te bereiken, zijn we 100.000 jaar onderweg. Willen we ons
buursterrenstelsel Andromeda bezoeken, dan hebben we 2.5 miljoen jaar
nodig. Om een exotische reis te maken naar het stelsel van onderstaande
foto, moeten we 45 miljoen jaar vliegen. Als je weet dat er
sterrenstelsels zijn die nog honderden keren verder weg staan, dan heb
je nu waarschijnlijk een indruk van de grootte van het - waarneembare -
heelal.

Hoe
groot het heelal precies is, is niet makkelijk te zeggen. Ons heelal is
13.7 miljard jaar oud en niets kan sneller gaan dan het licht, dus zou
je denken dat het heelal maximaal 13.7 miljard lichtjaar groot kan
zijn. Toch is dit niet juist, in realiteit ligt het iets ingewikkelder.
Het kan best zijn dat er objecten bestaan die honderden
miljarden lichtjaren van ons verwijderd zijn. Helaas is het onmogelijk
die te zien, omdat hun licht ons nog niet heeft kunnen bereiken. Toch
behoren ze tot ons heelal. Daarom maken we een onderscheid tussen het
fysisch en het waarneembaar heelal. Die objecten die op honderden
miljarden lichtjaren staan, zouden dus tot het fysische heelal behoren,
maar niet tot het waarneembare. Pas op, het kan ook zijn dat het
fysische heelal kleiner is dan het waarneembare. Op het eerste zicht
lijkt dit paradoxaal, maar in zo'n heelal zouden verre sterrenstelsel
kopieën zijn van dichterbij gelegen sterrenstelsels, waarvan hun licht
ons via de andere kant bereikt heeft. Bekijk het op deze manier: Je kan
op onze aarde 35.000 km vliegen naar een bepaalde plaats en dus zeggen
dat die plaats op 35.000 km afstand ligt. Je kon echter evengoed 5.000
km in de andere richting vliegen, zodat dezelfde plaats slechts op
5.000 km afstand lag. In feite is dit voorbeeld compleet dezelfde
situatie, maar dan een dimensie lager. Als je niet echt begrijpt wat ik
hiermee bedoel, lees dan eerst het artikel uit en herhaal daarna deze
passage nog eens. Dan moet het wel duidelijk worden. Of het fysisch
heelal nu uiteindelijk groter of kleiner is dan het waarneembaar heelal
hangt compleet af van de kromming van ons heelal.
Als een object
op 13.7 miljard lichtjaar van ons afstaat, hoelang doet zijn licht er
dan over om ons te bereiken? 13.7 miljard jaar? Neen... Omdat ons
heelal uitdijt - hoe verder een object van ons af staat, hoe sneller
het zelfs wegvliegt - wordt de afstand tussen ons en het object steeds
groter en doet het licht er veel langer dan 13.7 miljard jaar over.
Wanneer je gebruik maakt van een kosmologisch model dat de uitdijing
van het heelal beschrijft kan je berekenen hoelang dat licht er zou
over doen om ons te bereiken. Je kan met dat model ook berekenen hoe
ver een object, waarvan het licht ons nu bereikt, 13.7 miljard jaar
geleden van ons afstond. Het antwoord is slechts 36 miljoen lichtjaar.
Nog niet zo ver als het sterrenstelsel van de foto hierboven!
Misschien
herhaal ik dat laatste beter even, het is belangrijk: Licht dat 13.7
miljard jaar gereisd heeft en dat ons vandaag bereikt, is afkomstig van
een lichtbron die 13.7 miljard jaar geleden op een afstand van 36
miljoen lichtjaar van ons afstond. Door de uitdijing van ons heelal
staat datzelfde object vandaag op 46 miljard lichtjaar afstand. Dát is
de huidige straal van het waarneembare heelal.
Enkele
opmerkingen komen hier wel op hun plaats. Aandachtige lezers zullen
zeggen: "13.7 miljard jaar geleden, wanneer de oerknal plaatsvond, dan
kon een object toch niet op 36 miljoen lichtjaar afstand staan? Tijdens
de oerknal was het volledige heelal immers een punt." Toch klopt wat ik
gezegd heb. Dat komt doordat de oerknal niet plaatsvond in één punt,
maar in elk punt van de ruimte. Dat is voor ons moeilijk te bevatten,
omdat we leven in een driedimensionale wereld. De oerknal vond immers
plaats in een hogere dimensie. Om te verduidelijken wat ik bedoel en om
even op adem te komen vertel ik jullie het verhaaltje over de 2D-wezens
(*).
Stel je een bol voor met een straal van miljarden
lichtjaren en met 2D-wezens op het oppervlak. Deze wezens hebben dus
een lengte en breedte, maar ze zijn volledig plat. Ze leven in een
tweedimensionale wereld en kunnen zich een derde dimensie onmogelijk
voorstellen. Toch is hun universum driedimensionaal: de bol waarop ze
leven heeft namelijk ook een hoogte.
Na observaties merken de
2D-wezens dat hun heelal uitdijt en dat het dus moet ontstaan zijn met
een oerknal. Stippen op hun bol verwijderen zich steeds verder van
elkaar, zoals bij een enorme ballon die opgeblazen wordt.
Vanzelfsprekend vond hun oerknal midden in de bol plaats. Het heelal
van de 2D-wezens, het oppervlak van de bol, ontstond volledig uit dat
ene punt. Hun oerknal vond dus plaats in elk punt van hun
tweedimensionale heelal.
Stappen we nu een dimensie hoger, dan
komen we in ons heelal. Wij leven in een driedimensionale wereld, maar
in werkelijkheid is ons heelal een hyperbol, een soort meerdimensionale
bol. Onze volledige heelal ontstond uit een oerknal in een hogere
dimensie en vond dus plaats in elk punt van het heelal.
Herinner
je dat ik daarnet zei: "Dat komt doordat de oerknal niet plaatsvond in
één punt, maar in elk punt in de ruimte." Die zin kan je met de kennis
die je nu hebt aanpassen tot: Dat komt doordat de oerknal niet
plaatsvond in één punt in de driedimensionale ruimte, maar in elk punt
van de driedimensionale ruimte. Hij vond plaats in één punt in een
meerdimensionale ruimte.
Nu kunnen we ons afvragen of het heelal
onbegrensd is of niet. Archytas, filosoof en opperbevelhebber van de
stadstaat Tarentum, bewees in de vierde eeuw op zijn eigen manier dat
het heelal onbegrensd was. Hij zei: "Stel dat ik aan de uiterste grens
van het heelal sta. Als ik dan een stok naar voren steek, wat raak ik
dan?" Archytas dacht dat hij met de stok in de ruimte zou prikken. Dus
lag er achter de grens van het heelal nog ruimte, wat betekende dat het
heelal geen grenzen had. Hoewel Archytas tevreden was met zijn bewijs,
willen wij toch liever wetenschappelijk achterhalen hoe dat nu
eigenlijk zit met de grens van het heelal.
Helemaal aan het begin van deze post typte ik over ons heelal: "Is het onbegrensd? Of is het eindig? Of is het beide?"
Hoe kan iets nu onbegrensd en tegelijk eindig zijn? Opnieuw komen onze
2D-wezens goed van pas. De bol waarop ze leven is eindig in de derde
dimensie, maar toch lijkt hij voor een 2D-wezen onbegrensd. Een
2D-wezen kan zich onmogelijk voorstellen hoe iemand die ooit westwaarts
trekt, plots vanuit het oosten zal komen opdagen. Net op dezelfde
manier is ons heelal eindig in een hogere dimensie, maar in onze derde
dimensie is ons heelal onbegrensd. Als ons heelal de juiste kromming
heeft, dan is het mogelijk dat je na miljarden jaren reizen aan de
lichtsnelheid plots terug thuis uitkomt. Probeer je dat niet voor te
stellen, we zijn in hogere dimensies even beperkt als 2D-wezens in de
derde dimensie. Gelukkig kennen we zoiets als wiskunde, waarmee we in
hogere dimensies kunnen rekenen.
Geschreven in Algemeen Vaste link Reacties : (0) Geef uw reactie!


Visions of the Future
Eventjes
een voorbeeld ter verduidelijking: Op dit moment zit je waarschijnlijk
voor je pc deze blogpost te lezen. Je beweegt dus niet door de ruimte
en daarom vindt al je beweging in de tijd plaats. Wanneer je echter in
je privéjet zou stappen, dan wordt een deel van je beweging door de
tijd omgezet in beweging door de ruimte. De snelheid van je beweging in
de tijd zal dus verminderen. Of met andere woorden: wanneer je na
enkele uren vliegen uitstapt zal je uurwerk iets achterlopen op dat van
een persoon die de hele tijd heeft stilgezeten. Deze vertraging is
natuurlijk miniem, maar is in 1971 effectief gemeten. Met behulp van
atoomklokken heeft men kunnen nagaan dat de klok die met een vliegtuig
meegereisd was een paar hondermiljardste van een seconde achterliep op
een uurwerk dat achtergebleven was. Stap je nu in een raket van de
toekomst die 225.000km per seconde haalt, dan wordt nog meer van je
snelheid door de tijd omgezet in snelheid door de ruimte. Je uurwerk
zal nu tweederde maal zo langzaam tikken als een horloge op de begane
grond. Wanneer er op aarde dus 3 uur voorbij zou gaan, dan gaat er op
jouw uurwerk slecht 2 uur voorbij. In het uiterste geval, wanneer je
met de lichtsnelheid zou voortbewegen, dan wordt al je snelheid door de
tijd omgezet in snelheid door de ruimte. Moest een lichtdeeltje, een
foton, dus een uurwerk dragen, dan zou het niet tikken. 







