Susan Savage-Rumbaugh doet al jaren onderzoek bij verschillende
soorten mensapen. In onderstaande video spreekt ze over haar ervaringen
met de bonobo, een minder bekende soort dan bijvoorbeeld de chimpansee,
maar volledig onterecht eigenlijk.
De kernvraag die je tijdens de volledige video in je achterhoofd
moet houden is: “Wat is nu eigenlijk het verschil tussen mensen en
dieren?” Is het biologisch? Of komt het door onze cultuur?
Waarschijnlijk is het een combinatie van beide, maar de bijdrage van
cultuur wordt volgens mij zwaar onderschat. Neem het voorbeeld van
‘bird boy’, een zevenjarig jongetje dat vorig jaar door welzijnswerkers
gevonden werd in een kamer vol met vogels in kooien. De jongen was
volledig verwaarloosd door zijn moeder, het enige wat ze deed was hem
te eten geven. Wat blijkt? Bird boy communiceert door te tsjilpen en
met zijn armen te wapperen.
Een ander voorbeeld is het Oekraïens meisje Oxana Malaya. Haar
drankverslaafde ouders verwaarloosden haar compleet, zodat Oxana tot
haar zesde opgroeide enkel en alleen in het gezelschap van honden. Toen
ze werd ontdekt, gromde en blafte Oxana als een wilde hond en snuffelde
ze aan haar eten vooraleer ervan te eten. Wat nog opmerkelijker is:
haar gehoor, zicht en reukzin waren fenomenaal.
Zo zijn er tientallen voorbeelden van kinderen die opgegroeid zijn
tussen wolven, honden, beren, kippen of apen en hun gedrag aanpasten
aan hun ’soortgenoten’.
De link met de Ted-talk hieronder is de volgende: Is het omgekeerde
ook mogelijk? Kan je dieren in een zodanig stimulerende omgeving
plaatsen dat ze menselijk worden en enkele opmerkelijke gewoontes
overnemen? Bekijk deze video om het te weten te komen…
Er is een probleem in de ruimtevaartbusiness. Waarom is de groei van ruimtevaart min of meer aan het
stagneren en waarom is luchtvaart daarentegen op
korte tijd gegroeid - zeg maar geëxplodeerd - tot wat het nu is? Het antwoord is simpel: Luchtvaart is volledig
geprivatiseerd, terwijl ruimtevaart nog grotendeels een overheidszaak
is.
Om ruimtevaart deze eeuw net zo te laten boomen als luchtvaart tijdens de vorige, probeert de X prize foundation
bedrijven te stimuleren om in de ruimtevaartindustrie te stappen. Ze
loven hiervoor prijzen uit voor het eerste bedrijf - zeg maar team -
dat naar de maan
vliegt en daar enkele opdrachten vervult. Opdrachten zoals onder andere een maannacht
overleven of een bepaalde afstand afleggen…Dat soort zaken.
Het idee om prijzen uit te loven voor ‘onmogelijke’ opdrachten, met
de bedoeling nieuwe technologieën te laten ontwikkelen is echter niet
nieuw. Charles Lindbergh vloog in 1927 niet als eerste de Atlantische
Oceaan over voor zijn plezier, maar omdat hij daar een prijs van 25.000
dollar mee kon winnen. De ochtend van 20 mei 1927 stond Lindbergh nog
bekend als the Flying Fool, de avond van 21 mei was hij Lucky Lindy.
Hij werd een held en 18 maanden na zijn prestatie was het aantal
Amerikaanse vliegtuigpassagiers gestegen 6000 naar 180.000. Net daarin
ligt de kracht van dit soort wedstrijden. Ze populariseren een
ambitieus idee, zodat er een markt voor ontstaat.
Helemaal origineel is de X-prize foundation dus niet, maar de schaal
waarop deze ‘techniek’ van prijzen uitloven voor mijlpalen in
wetenschap en techniek wordt toegepast, is ongezien. Er worden immers
niet enkel op het gebied van ruimtevaart prijzen uitgeloofd. Er zijn 5
categorieën - Exploration, education, life sciences, energy &
environment, global development - waarin wedstrijden georganiseerd
worden. Zo kan je met de Archon genomics X prize een prijs van 10
miljoen dollar winnen. De komende jaren zullen nog tientallen
ambitieuze wedstrijden gelanceerd worden.
In onderstaande video legt Peter Diamandis, de oprichter van X prize
foundation, uit hoe deze ontstaan is en wat we in de toekomst nog mogen
verwachten. De video is opgenomen op 12 september 2008, behoorlijk
recent dus.
In onderstaande video heeft één van mijn persoonlijke helden, Neil DeGrasse Tyson het over Intelligent Design, kortweg ID.
Niet zozeer over wat we vandaag onder ID verstaan - denk maar aan The
Bible Belt in Amerika -, al is dat natuurlijk wel de trigger om deze
voordracht te houden. Wat Tyson doet is spitten naar de wortels van ID,
ver weg van alle discussies over evolutieleer vs. ID in de biologielessen.
Hieronder zal ik kort samenvatten wat ik uit de voordracht onthouden
heb.
De rode draad doorheen Tysons voordracht is: “Waar kennis ophoudt,
daar doet God zijn intrede.” Dat is geen verzonnen regeltje, het is een
vaststelling die je kan doen wanneer je reist doorheen de geschiedenis.
Neem bijvoorbeeld Newton. Hij was in staat de beweging van objecten
onder invloed van de zwaartekracht te beschrijven, maar hij kon
onmogelijk het hele zonnestelsel in evenwicht brengen. Daar hield zijn
kennis op en hij introduceerde een God.
Een eeuw later was Laplace wél in staat het zonnestelsel uit te
balanceren. Hij vond hiervoor een wiskundige techniek uit die voor
Newton peanutts zouden geweest zijn. Wanneer Napoleon aan Laplace vroeg
welke plaats God inneemt in zijn systeem, zei Laplace: “Ik had geen
behoefte aan die hypothese”. Daar maakt Tyson een briljante observatie.
Newton was zeker en vast in staat geweest om diezelfde wiskundige
techniek uit te vinden, maar kwam er gewoon niet toe omdat hij genoegen
had genomen met een God als verklaring. Daarom meent Tyson: “Geloof in
een God die zijn intrede doet in onze werkelijkheid werkt als een rem
op het voortschrijden van onze kennis.”
Misschien zal je dat onzin vinden, maar de geschiedenis voorziet ons
wel degelijk van voorbeelden van culturen waarin geloof de voortgang
van kennis niet enkel heeft vertraagd, maar zelfs heeft stopgezet. Het
meest voor de hand liggende voorbeeld betreft de Arabische wereld. Van
800-1100 kende de wetenschap een enorme bloeiperiode en lag het
toenmalige wetenschappelijke centrum in Baghdad. Nog steeds gebruiken
we Arabische cijfers om aan algebra - op zich een Arabisch woord - te
doen en nog steeds kleeft op talloze sterren een Arabisch naamkaartje.
Alles ging goed tot theoloog Hamid Al Ghazali (1058-1111) zijn
intrede deed in de geschiedenis. Hij verklaarde wiskunde tot het werk
van de duivel, want alle kennis die niet uit het heilige boek kwam, was
verdacht. De bloei van de Arabische wetenschap stagneerde en stopte en
is er nooit meer bovenop gekomen.
Tyson maakt bij dit voorbeeld twee bedenkingen. Ten eerste vraagt
hij zich af hoeveel briljant geesten er misschien geboren zijn in het
voorbije millenium in de Arabische wereld, maar die nooit hun talenten
ten volle hebben kunnen ontplooien. In een tweede bedenking vergelijkt
Tyson de toenmalige Arabische wereld met de hedendaagse Amerikaanse of
gewoon de Westerse wereld. Ook vandaag krijgt wetenschap heel wat
tegenwind door gelovigen. Denk maar aan de vele acties om ID in het
lessenrooster te krijgen.
De ideeën die ik hier kort neergeschreven heb, worden in de video
natuurlijk veel beter gestaafd door voorbeelden en analogieën, maar als
ik jullie heb kunnen aanzetten tot nadenken over deze materie, dan ben
ik in mijn opzet geslaagd. Geniet van de video!
Vandaag wil ik het hebben over onze zon en haar zonne-activiteit, of beter gezegd, het uitblijven van zonne-activiteit. Want, je mag er dan misschien weinig of niets over horen of lezen in de pers, in het wetenschapswereldje is de laatste tijd meer en meer te doen over de langdurige 'winterslaap' van onze zon.
Wat is onze zon eigenlijk? De zon bestaat momenteel voor 70% uit waterstof, 28% uit helium en 2% andere stoffen zoals zuurstof, koolstof, neon, ijzer, ... Deze samenstelling is echter niet stationair. Per seconde wordt er via kernfusie zo'n 700 miljoen ton waterstof in 695 miljoen ton helium omgezet. Ter illustratie: Stel dat we met 7 miljard mensen op aarde zijn en elk gemiddeld 50 kg wegen (denk aan kinderen), dan is 700 miljoen ton tweemaal zoveel als het totale gewicht van alle mensen samen...
De 5 miljoen ton massa die overblijft, wordt uitgestraald onder de vorm van pure elektromagnetische energie. Inderdaad, energie en massa kunnen uitgewisseld worden: E=mc². Het is die elektromagnetische energie die ervoor zorgt dat je bruin wordt tijdens de zomer, dat de aarde verlicht wordt, dat planten zuurstof aanmaken en dat er leven is op aarde.
Op het oppervlak van onze zon bevindt zich een wirwar van magnetische velden. Die velden houden enorm veel energie vast en wanneer die energie plotseling vrijkomt, dan onstaan er zonnevlammen of wetenschappelijk gezegd: protuberansen. Hieronder zie je een kort filmpje met wat zonne-activiteit onder de vorm van zonnevlammen. De vreemde vorm die de zonnevlammen aannemen komt doordat de protuberansen bestaan uit geladen deeltjes en zoals jullie allemaal wel weten schikken geladen deeltjes zich volgens magnetische veldlijnen.
Een maatstaf voor de activiteit van de zon is het aantal zonnevlekken. Zonnevlekken zijn - relatief natuurlijk - donkere, koelere vlekken op het oppervlak van de zon. Hoe meer zonnevlekken er zijn, hoe actiever onze zon is en vice verse. Meer nog, er is ook een regelmaat achter te vinden. Onze zon blijkt zich aan een 11 jaar durende cyclus te houden, waarbij er tijdens het zonnemaximum een maximum - nogal logisch - aan activiteit is en tijdens het zonneminimum bijna geen. Het laatste zonnemaximum vond plaats in 2001. Bewijs hiervan is de foto hieronder waarop een gespikkelde zon te zien is.
Hieronder zie je nog een zonnevlek, maar dan ingezoomd. Die kleine vakjes die je kan zien worden granules genoemd.
Zonnevlekken werden in de oudheid al waargenomen, maar dit alleen bij perfecte omstandigheden. Bijvoorbeeld wanneer er een hele grote zonnevlek aanwezig was, kon deze tijdens een zonsondergang - overdag kan je natuurlijk niet in de zon kijken - met het blote oog gezien worden. Systematische observaties begonnen pas in de 17e eeuw, na het uitvinden van de telescoop. Één van de bekendste pioniers bij het 'ontdekken' van zonnevlekken was de uitvinder van de telescoop zelf, Galileo Galilei.
In 1843 merkte Heinrich Schwabe dat het aantal zonnevlekken een ongeveer 10 jaar durend cyclisch patroon volgde. Nog steeds wordt de zonnecyclus "de zonnecyclus van Schwabe" genoemd. In 1853 preciseerde Rudolf Wolf dat getal tot 11,1 jaar.
Momenteel bevinden we ons in het zonneminimum tussen cyclus 23 en cyclus 24.
Maar, niet elke cyclus is gelijk. Sommige cycli hebben langere minima of actieve minima of actievere maxima of...Tussen 1645 en 1715 vertoonde de zon amper zonnevlekken. Die periode wordt het Maunder minimum genoemd. En wat blijkt? De globale temperatuur was toen 1 graad lager dan gewoonlijk, in de lage landen was het zelfs nog kouder dan dat. Daarom staat de periode ook bekend als 'de kleine ijstijd'. Het is toen dat Breughel zijn befaamde sneeuwtaferelen schilderde. Een gebrek aan zonne-activiteit zorgt dus voor een temperatuursdaling hier op aarde. Op de afbeelding hieronder zie je de zonneactiviteit in functie van de tijd. Bemerk Maunder minimum tijdens de tweede helft van de zeventiende eeuw.
Nu kunnen we ons de vraag stellen: Zou het omgekeerde ook waar zijn? Zou een verhoogde zonne-activiteit zorgen voor het stijgen van de temperatuur hier op aarde? Verschillende wetenschappers menen van wel en aanwijzingen zijn er ook. Als je namelijk nog eens kijkt naar de afbeelding hierboven, dan zie je dat de laatste 50 jaar de zonne-activiteit hoger kwam te liggen dan normaal. En toevallig of niet, de laatste 50 jaar swingt de temperatuur de pan uit. Bemerk ook het gemeenschappelijke dipje van beide grafieken rond 1910.
Tijdens de laatste cyclus, cyclus 23, werden alle grootterecords van zonnevlammen gebroken en dat vooral in het jaar 2003, een jaar dat bij mij toch eeuwig herinnerd zal worden als een jaar met een zomer waarin zowat alle hitterecords gebroken werden. Ik ben natuurlijk niet naïef. Deels zal dit alles wel door toeval wat bijgekleurd zijn, maar dat er een verband bestaat tussen zonneactiviteit en de temperatuur hier op aarde staat vast. De kleine ijstijd is er het bewijs van.
Zoals ik al zei bevinden we ons momenteel in het minimum tussen cyclus 23 en cyclus 24. De laatste decennia is het onderzoek naar het gedrag van de zon aardig toegenomen en talloze wetenschappers probeerden natuurlijk de activiteit van de volgende cyclus te voorspellen. Sommigen zeiden dat cyclus 24 een zwakke cyclus zou worden, andere geloofden dat de zon tijdens cyclus 24 net enorm actief zou zijn. Wie er gelijk zal hebben moet nog blijken, maar waar iedereen het wel over eens was, was het beginpunt van cyclus 24. De nieuwe cyclus zou starten in maart 2008. En daar wringt het schoentje. We zijn al januari 2009 en nog steeds is er op de zon geen noemenswaardige vlek te bespeuren.
Nu de zon het voorbije jaar meer dan 200 dagen vlekkenvrij geweest is, beweren sommigen dat er ons een nieuwe kleine ijstijd te wachten staat. Zo'n vaart zal het waarschijnlijk niet lopen, maar dat de nieuwe cyclus nu wel erg lang uitblijft begint iedereen toch lichtjes zorgen te baren. Op 23 september hield NASA nog een persconferentie omdat ze zich zorgen beginnen te maken over de huidige toestand van de zon.
Sommigen onder jullie weten misschien dat ik er van overtuigd ben dat de aarde mede door menselijk handelen aan het opwarmen is en vragen zich dan misschien af wat ik hier nu allemaal zit te zwanzen over het verband tussen zonne-activiteit en de temperatuur op aarde. Dat de aarde opwarmt, daar twijfelt niemand aan, enkel de meningsverschillen over de oorzaak ervan zorgen voor discussie. Is het de toegenomen zonne-activiteit van de afgelopen decennia? Zijn het de broeikasgassen die we uitstoten? Ik kies geen kant, volgens mij dragen beide factoren hun steentje tot global warming bij. Nog eens, of wij nu wel of niet de oorzaak zijn voor global warming doet er niet toe, dat is compleet irrelevant. Milieuvriendelijker leven is beter voor onze aarde en voor ons, sowieso.
Één van de interessantere vakken die ik vorig jaar voorgeschoteld kreeg was objectgericht programmeren in Java. In één van de lessen werd er gesproken over genetische algoritmes en artificiële evolutie - ik weet niet meer of de termen gevallen zijn, maar daar ging het in feite over.
Genetische algoritmes en artificiële evolutie zijn eigenlijk moeilijker uit te leggen dan ze te begrijpen zijn, maar ik zal een poging wagen, zodat je een beeld kunt vormen bij deze termen.
Wanneer personen in videospelletjes gesimuleerd worden, dan zijn dat objecten waaraan bepaalde opdrachten worden toegekend. Wanneer een speler in Fifa vb.een tackle maakt, of een mannetje in een ander videospel tegen iets opbotst, dan zal dat figuur steeds dezelfde beweging uitvoeren. Het karakter kan dus slechts een eindig aantal voorgeprogrammeerde bewegingen uitvoeren. Dat is natuurlijk geen goede weergave van de werkelijkheid, iets wat een simulatie bij definitie zo goed mogelijk hoort te doen.
Een oplossing voor dat probleem ligt nu net in genetische algoritmes. Deze doen - sterk vereenvoudigd - het volgende: Wanneer je bijvoorbeeld een figuur wilt laten wandelen, dan maak je eerst een zeer grote populatie objecten aan die je willekeurig laat bewegen. Het algoritme selecteert dan de objecten die het wandelen het beste benaderen en zorgt ervoor dat die objecten nakomelingen krijgen. Door mutaties zullen er tussen de nakomelingen objecten zitten die beter kunnen wandelen dan hun "ouders". Het algoritme selecteert opnieuw de beste objecten en kruist die met elkaar. Zo gaat het verder tot je een object hebt dat probleemloos kan wandelen. Het kruisen van objecten met elkaar en waarbij er mutaties optreden heet artificiële evolutie.
Het filmpje hieronder dateert al uit 1994, maar illustreert wel mooi wat ik net uitgelegd heb. Wat je te zien krijgt zijn enkele van de eindresultaten die bekomen werden nadat aan objecten een bepaalde opdracht zoals zwemmen of springen was toegekend. De maker van de software, Karl Sim is één van de pioniers op het gebied van artificiële evolutie.
Hieronder een ander filmpje, uit 2005, waarin men een vliegende vogel probeert te simuleren.
Een mooie toepassing om artificiële evolutie helemaal te snappen kan je hier downloaden. Het is een klein programmaatje, Gene Pool, dat een vijver vol "diertjes" simuleert. De diertjes moeten eten en kunnen zich voortplanten door te paren. Bij de nakomelingen treden er af en toe mutaties op waardoor er na enkele generaties een resem aan soorten kan ontstaan. Omdat een diertje dat niet tijdig aan voedsel raakt sterft, zullen de snellere zwemmers voor meer nakomelingen zorgen en zo hun genen doorgeven, zodat na verloop van tijd de snelste soorten overleven. Het is dus een erg vereenvoudigde weergave van het principe 'Survival of the Fittest'. Je kan ook een voorkeur voor liefde instellen, vb: groot, hyperactief, ander kleur, ... , zodat je bijvoorbeeld erg grote soorten krijgt. Het wordt allemaal wel duidelijk wanneer je het "spelletje" speelt. Je kan je er gerust enkele uurtjes mee experimenteren vooraleer het gaat vervelen.
Een ander voorbeeld dat erg goed bij deze post past, is de volgende video waarin Torsten Reil uitleg geeft bij deze termen. Meteen worden de vele toepassingen duidelijk en raken jullie hopelijk ook geboeid door deze vorm van programmeren. Ook deze film is al 5 jaar oud, maar iets recenter kon ik helaas niet vinden. Geniet van de video en ga desnoods zelf verder op zoek naar informatie.
Wanneer we het hebben over de grootste uitvindingen van de twintigste
eeuw, duikt plastic vaak op in het lijstje. Het is een stof die de dag
van vandaag nog steeds alomtegenwoordig is in onze huiskamer. Plastic
werd zo'n succes omdat de toepassingen oneindig waren, omdat het erg
makkelijk en goedkoop te produceren is, maar vooral omdat het praktisch
onverwoestbaar is. En laat dat nu net het grote probleem zijn. Omdat
plastic nauwelijks recycleerbaar is - één tot drie procent van alle
plastic wordt gerecycled -, wordt vrijwel alle plastic die de huiskamer
verlaat ofwel verbrand, ofwel gedumpt.
De opkomst van plastic
bracht enkele decennia geleden een golf van wegwerpmaterialen met zich
mee. Omdat plastic zo simpel en goedkoop te maken is, moest je niet
langer geld uitgeven aan een dure balpen of iets anders. Je kocht er
gewoon tien plastieken voor een fractie van de prijs van een degelijk
stuk. Balpen leeg? Vuilbak in!
Een ander voorbeeld van de
plasticmania waren de welbekende plasticzakjes in grootwarenhuizen en
kleinere winkeltjes. Waren, want gelukkig zijn die in ons land in 2007
afgeschaft. Door die afschaffing sparen we jaarlijks meer dan 200
miljoen plasticzakjes uit. Daarmee zouden we met ons kleine
Belgenlandje één op vijf Chinezen een zakje kunnen geven, om maar aan
te tonen hoeveel we in ons pietluttig landje produceren en wegwerpen.
Plastic
is dus helemaal geen zegen, het is eerder iets waar we zo snel mogelijk
vanaf willen, maar bij gebrek aan een degelijk - lees functioneel én
goedkoop - alternatief hangen we min of meer vast aan onze
plasticverslaving. Er zijn heel wat pogingen geweest om alternatieve
stoffen voor plastic uit te vinden, maar je kent onze kijk of de
feiten: Liever vuil en goedkoop dan proper en duur... Een voorbeeld van
een functioneel, maar duur alternatief is de bioafbreekbare fles van
Biota. Na tachtig dagen is de fles volledig gecomposteerd.
De nadelen zijn echter dat de productieprijs veel hoger is dan bij gewone plastic en dat er bij de productie maïs nodig is. Als we miljarden afbreekbare zakjes uit maïs zouden maken, zou dat niet erg bevorderlijk zijn voor de hongersnood in de wereld. En zo is er altijd wel iets...Zolang er dus geen doorbraak komt in een alternatieve stof kunnen we maar beter proberen om ons plasticverbruik zo laag mogelijk te houden, want de schade die plastic in het milieu aanricht is echt enorm.
Ver weg, in de Stille Oceaan drijft een tapijt van plastic met een oppervlakte tweemaal zo groot als de Verenigde Staten. In 1997 werd deze stortplaats bij toeval ontdekt en sindsdien is de hoop afval toegenomen tot 100 miljoen ton! Van jou, ik en iedereen ter wereld ligt daar dus gemiddeld 16 kg afval! De zeestromingen zorgen ervoor dat het afval zich verzamelt in 2 grote stortplaatsen.
Iedere zee ter wereld is vervuild met plastic. Zeeschildpadden zien een drijvend zakje plastic aan voor een kwal, slikken het in ... en sterven.
Of ze raken verstrikt in één of ander stuk afval, raken misvormd ... en sterven.
Ook zeehonden blijven niet gespaard.
Albatrossen vullen hun maag stukje per stukje met plastic, waardoor er op de duur geen plaats meer is voor echt voedsel ... en sterven.
Doordat ook vissen kleine stukjes plastic inslikken bestaat er ook gevaar dat het plastic in onze voedselketen terechtkomt, met de gevolgen van dien. Het afval zomaar opvissen uit het water, kan niet, want het plastic breekt af tot miscroscopisch kleine partikels. Om die deeltjes te vangen heb je heel fijne netten nodig, die ook een groot deel van het plankton mee zouden opvissen. Daarmee zouden we veel zeedieren van hun voedsel beroven.
De grotere stukken plastic spoelen vaak terug aan op stranden zodat je plaatjes als deze te zien krijgt.
Ook baaien zijn vaak verzamelplaatsen van afval.
Voor meer schokkende beelden en feiten verwijs ik je naar deze blog, volledig gewijd aan deze problematiek.
Om te eindigen geef ik nog enkele tips, zodat je ook zelf aan de slag kan:
- koop drank in statiegeldflessen en schaf je een kan aan die kraanwater zuivert in plaats van water in plastieken flessen te kopen.
- Voor de mensen die in een bedrijf werken: Zorg ervoor dat op uw bedrijf de plastic bekers worden vervangen door afwasbare kopjes.
- Vermijd zo veel mogelijk producten met overtollige verpakking.
Toen ik vroeger las dat
we in de toekomst bestanden zouden kunnen downloaden naar onze hersenen
leek mij dat eerder science-fiction dan werkelijkheid. Na het zien van
deze uiteenzetting - zie de video onderaan - denk ik daar anders over. Kevin Warwick, 's werelds eerste cyborg
is een pionier op het gebied van cybernetica, de wetenschap die zich
bezighoudt met de relatie tussen mens en machine. Hij liet bij zichzelf
en bij zijn vrouw een chip in hun zenuwstelsel inplanten, waardoor hij
voor het eerst in de geschiedenis draadloze elektronische communicatie
tussen twee menselijke zenuwstelsels mogelijk maakte.
Warwick liet in zijn linkerarm een chip met sensor aanbrengen en plots
leken de mogelijkheden oneindig. Door zijn hand te openen en te sluiten
kon hij lampen aan- en uitdoen of kon hij een rolstoel besturen.
Wanneer hij een armband omhad die radiosignalen kon ontvangen, was hij
in staat objecten te detecteren - geblinddoekt! - en te voelen wanneer
ze dichterbij kwamen. Hij kon zelfs opmerkelijk nauwkeurig zeggen op
welke afstand het object zich van hem bevond. Warwick had als het ware
een zesde zintuig ontwikkeld, een soort van mix tussen zicht en voelen.
Toen hij zich met een kabeltje in een computer inplugde, kon hij via
een internetverbinding een robothand besturen die zich op duizenden
kilometers afstand bevond. Door de draadloze communicatie die tussen
hem en zijn vrouw plaatsvond, was Warwick in staat te voelen wanneer
zijn vrouw haar hand opende en sloot. De toepassingen die ingebouwde
chips met zich meebrengen zijn talloos. Protheses zouden bijvoorbeeld
met je hersenen kunnen bestuurd worden, net zoals dat bij echte
lichaamsdelen gebeurd.
In een volgend stadium wil Warwick een chip rechtstreeks in zijn
hersenen laten inplanten in plaats van in het zenuwstelsel. Dan zou hij
zelfs kunnen communiceren met zijn vrouw door er gewoon maar aan te
denken. Warwick vindt dat onze hedendaagse communicatie zich in een
prehistorisch stadium bevindt. En ik geef hem geen ongelijk als ik zie
wat hij daarmee bedoelt. De complexe gedachten die we in onze hersenen
produceren brengen we over via codering. Dat wil zeggen via spraak of
door iets op te schrijven of via gebaren. Door middel van chips in onze
hersenen zouden we onze gedachten gewoon rechtstreeks kunnen
overbrengen naar iemand anders, zonder gebruik te maken van een
codetaal die er meestal toch maar voor zorgt dat onze gedachten
vervormd overgebracht worden. Wie heeft bijvoorbeeld nooit moeite om
zich uit te drukken, om écht te zeggen wat hij bedoelt. Je kan een
lumineus idee hebben, maar gewoon niet in staat zijn om het over te
brengen. Warwick zegt op het einde van de video: "Let's upgrade us
humans, instead of communicating almost like the dinosaurs did. Let's
improve a new technology with us, in order to move forward into the
future and communicate in a respectable way."
Natuurlijk brengen deze nieuwe technologie en zijn toepassingen ook
heel wat nieuwe politieke, ethische en andere problemen met zich mee.
Wat als deze technieken in de verkeerde handen terechtkomen? Of waar
trek je de grens mens versus robot? Kan je iemand zodanig updaten dat
hij meer robot dan mens is? Of omgekeerd. Hoe ga je dan met zo iemand /
iets om? Of stel dat we onze reukzin of ons zicht zodanig upgraden dat
we onze eigen zintuigen bijna niet of helemaal niet meer gebruiken. Zou
de evolutie er dan voor zorgen dat onze echte zintuigen weggeëvolueerd
worden? Wat stellen we dan nog voor als er plots een probleem opduikt
met onze artificiële zintuigen? Het is duidelijk dat deze problemen ons
veel meer moeite zullen kosten om op te lossen of mee om te gaan dan de
problemen die verband houden met de ontwikkeling van de technologie.
Als we inderdaad bestanden naar onze hersenen kunnen downloaden, moeten
we dan nog naar school? Hoe gaan we om met zo'n verandering in ons
dagelijks leven.
Kortom, razend interessante materie die eigenlijk al meer science dan
fiction is, maar die slechts met veel moeite en de nodige maatregelen
in ons dagelijks leven zal kunnen ingebed worden.
Hieronder kan je de dertig minuten-durende video bekijken. Zeker doen!
Beelden zeggen zoals altijd immers nog veel meer dan woorden.